Zoeken op stortgrond

In Zuid Holland, waar de verstedelijking en de bevolkingsgroei omstreeks 1475 het sterkst was, werd veelal gezocht op stort met een metaaldetector. Dit moet natuurlijk een immense berg stadsafval hebben opgeleverd.
Oude stadsafval wat vooral bestond uit straatvuil, huisvuil en beerput afval werd vroeger via rivieren en kanalen afgevoerd. Het werd vervolgens gebruikt voor de ophoging van dijken en landerijen. Ook werd het gebruikt om stukken land te laten inklinken. Deze landen waren bijvoorbeeld te drassig om het met paard en wagen te kunnen betreden.
Nadat landerijen jarenlang intensief waren gebruikt voor de teelt van gewassen, waren inmiddels bijna alle grondstoffen aan de aarde onttrokken. Om het land weer vruchtbaar te maken, werd een nieuwe laag straatvuil of beerput stort aangebracht. De eigenaren van de landerijen kregen hier soms ook nog een mooi centje voor, mits de afstand over het water niet al te groot was. De afstand tussen de boot en het land moest niet al te ver zijn, zodat de werklui die het afval moesten aanbrengen niet ver hoefde te lopen. 
Stadsafval werd vroeger ook gebruikt voor de versterking en het maken van onze dijken. Het beschermde ons tegen overstromingen en watersnoodrampen. De NCRV maakte in 1986 de dramaserie “Het Wassende Water”, waarin hele mooie stukjes te zien is hoe men destijds omging met de voor ons zo belangrijke dijken. De serie was een enorm succes en er werd dan ook besloten om de serie in 1989 te herhalen. 
Tijdens graafwerkzaamheden aan deze dijken worden de lagen met stadsafval vaak al snel duidelijk zichtbaar. Hier zullen vooral aardewerk fragmenten en pijpenkoppen te vinden zijn. 
Meestal is de bovenlaag van de dijk circa 20 tot 30 cm dik en gemaakt van zwarte grond. In de laag die daarop volgt ligt het zogenoemde stadsafval. Deze varieert in diepte, maar ligt zo ongeveer tussen de 30 en 60 cm. Onder de laag met stadsafval ligt vaak een vette klei of veenlaag.

Let op! Voor zover wij weten is het niet toegestaan om zelfstandig en zonder de juiste vergunningen in de dijken te graven. Vraag hiervoor altijd eerst toestemming aan bijvoorbeeld de aannemer op locatie of aan de eigenaar van het desbetreffende land.
Tijdens het graven naar stadsafval strot hoor je vaak het knarsende geluid van de schep. Objecten als bijvoorbeeld oesterschelpen, glasscherven en kippenbotjes zorgen voor dit geluid.

Joop en Peter hebben samen maandenlang hun middagen versleten met het zoeken op afvalstortplaatsen. Dit resulteerde in veel mooie vondsten die al snel uitgroeiden tot een flinke berg verzameld materiaal. Zij vonden honderden oude flessen (van klein naar groot) en gemberpotten uit China in verschillende maten (met en zonder deksel). Andere vondsten waren onder andere vijzels, tegeltjes, kannen, maar natuurlijk ook pijpenkoppen uit de 16e en 17e eeuw. Nog een bijzondere vondst was een deksel van tabaksdoos met de datering 1723. Daarnaast zijn ze veel slibaardewerk, apothekerspotjes, Keulse potten, delfts blauw, tinnen papkommen, bordjes, bekers, kinderspeelgoed, kanonnetjes, muntjes, vingerhoedjes, apothekers artikelen en nog veel meer tegengekomen.
Het is bijna onmogelijk om alle voorwerpen die het duo aan het de aarde wist te ontworstelen hier te vermelden.
Hoewel veel van het gevonden materiaal uit de 19e eeuw stamt, werden er toch ook veel oudere voorwerpen aangetroffen. Zelfs voorwerpen uit de Romeinse tijd!
De meest vreemde vondst was een kunstgebit met gouden tanden die gemaakt was van de zeer brandbare stof cellulose. Deze kunstgebit zou tussen 1903 en 1910 moeten zijn vervaardigd. 

Eén ding is zeker: nog veel stortplaatsen liggen nog op ons te wachten!