Zoeken op maisvelden

De trend van het zoeken op maisvelden is ongeveer 10 tot 15 jaar geleden ontstaan en zien we vandaag de dag steeds vaker. In de meeste gevallen is dit soort mais niet geschikt voor consumptie en wordt het daarom verwerkt tot voer voor de koeien.
Vooral in de bovenste provincies van Nederland wordt al jarenlang mais verbouwd. Omdat deze velden eerst als weilanden dienden, zijn ze uitstekend geschikt om op te zoeken met een metaaldetector. Deze weilanden werden namelijk voorheen bemest met stadsafval, oftewel; beerput stort.

Wanneer beerput stort al enige jaren op het land ligt, raakt het langzaam uitgeput. Om het land weer vruchtbaar te maken, lieten de boeren geregeld stadsafval en beerput stort op het land aanbrengen. Beerput stort werd vaak met schepen via rivieren en kanalen aangevoerd.
De inhoud van de beerput, wat ook bekend stond als “beer”, werd vroeger door tuinders in het voorjaar gebruikt voor het kweken van winterspinazie. In beer zit namelijk veel chloor waar de spinazie uitstekend van kan groeien. 

In archeologische opzicht is deze oude beerput afval zeer waardevol. Juist wanneer een beerput nog helemaal intact is, kan hier ontzettend veel informatie uit worden gehaald. Met behulp van deze informatie kan bijvoorbeeld worden onderzocht wat er destijds werd gegeten en hoe men leefden. 
Vroeger loosde men van alles in de beerput. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan leer, hout, aardewerk, glas of zelfs een oude broek. Soms zaten hier nog oude munten in, die wij als detectoramateurs vervolgens weer op het land terug vinden. 

Hoe herken je oude stadsafval en beerput afval? 
Let vooral op wanneer je tijdens het zoeken scherven, pijpenkopjes, maar ook oesterschelpen tegenkomt. Dit geeft namelijk goed aan dat het hier om oude stadsafval en beerput stort gaat. De kleine pijpenkopjes kunnen al snel 400 jaar oud zijn!
Daarnaast kun je aan de diversiteit van de kleuren op scherven ook zien dat het hier om oude bewerkte grond gaat. Dit is bijvoorbeeld goed te zien bij geglazuurde aardewerk, stukjes van een pot of een baardmankruik. 

Vanwege dit verleden kun je op een maisveld van alles tegenkomen. Zo liggen hier vaak achtergebleven muntjes (soms van zilver of goud), verloren sieraden, vingerhoedjes en nog veel meer interessante vondsten.
Doordat de boeren in het vroege voorjaar deze maisvelden inzaaien, raakt het ook niet snel uitgeput. Het land wordt op dat moment omgeploegd, waardoor de diepere gelegen lagen naar boven komen. Het beste moment om hier te gaan zoeken is in het vroege voorjaar (voor het inzaaien) of vlak na de oogst in het najaar. 
Wanneer een boer enkele jaren mais verbouwd heeft, zal hij het land tot rust moeten laten komen. Voorheen mocht de boer dan zijn werkzaamheden voortzetten op het land ernaast, maar dat is tegenwoordig bij de wet verboden. Sla je slag!

Toestemming
Het is belangrijk om vriendelijk aan de eigenaar van het land te vragen of je op zijn land mag zoeken. Het meenemen van alle rommel is hier ook van belang. Vaak wanneer je dit doet krijg je meestal wel toestemming, maar soms komt het wel eens voor dat je hier geen toestemming voor krijgt. Blijf in dat geval dan altijd netjes, geef de landeigenaar een hand en excuseer jezelf voor het ongemak. Soms komt het namelijk wel eens voor dat dit ervoor zorgt dat de landeigenaar toch nog overstag gaat.
Wat ook nog wel eens helpt is het vermelden dat je al het lood en zilverpapier wat gevonden wordt mee zal nemen en vervolgens zal afgeven bij de boerderij. Doordat dieren erg ziek van lood kunnen worden, is het erg gevaarlijk voor het vee. Door het lood mee te nemen zal de landeigenaar dit zeker op prijs stellen. Laat ook grote metalen voorwerpen niet op het land liggen. Rondslingerende voorwerpen kunnen door machines met hoge snelheid gelanceerd worden. Dit kan resulteren in gevaarlijke situaties met alle gevolgen van dien. 

Behandel het land altijd met respect en gooi bijvoorbeeld lood of andere onbruikbare vondsten nooit in het water. Daarnaast moet je er altijd voor zorgen dat een gegraven gat weer netjes dicht gemaakt wordt. 

De eerste ontmoeting
Mocht je nou graag op het stuk land willen gaan zoeken, is het aan te raden om te beginnen met een vriendelijke begroeting. Door bijvoorbeeld te vermelden dat je een poosje geleden bij een andere landeigenaar bent gaan zoeken, schept dit meteen wat meer vertrouwen. Boeren horen dit namelijk graag en zijn dan eerder geneigd om je op hun land toe te laten.

Wees voor de eerste ontmoeting goed voorbereid. Door goed op de naam bij de voordeur te letten kun je direct naar de juiste persoon vragen. Vraag altijd of hij of zij in de gelegenheid is om naar je verhaal te luisteren. Blijf ondertussen netjes en excuseer jezelf voor het ongemak. Door de desbetreffende persoon aan te kijken kom je wat eerlijker en overtuigender over. Op die manier maak je meer kans om toestemming te krijgen om op zijn land te gaan zoeken.
Ook een bedankje in de vorm van bijvoorbeeld een bosje bloemen wordt zeer op prijs gesteld. Ondanks je misschien wel niets gevonden hebt, maak je hiermee toch je eigen visitekaartje.